San Sebastian, de mooiste stad van de Noord-Spaanse costa, is een kleine stad met zo’n 200.000 inwoners. Toch voelt de stad niet klein aan. San Sebastian is een mengelmoesje van heuvels, surfstranden en historische gebouwen. De Basken zelf noemen de stad Donostia. San Sebastian is een van de mooiste en meest bezochte steden van Spanje. Naast geweldige stranden en veel natuur vind je hier ook heerlijke winkelstraten en geweldige restaurantjes.

De stad gelegen aan de kust heeft een prachtige baai. Toepasselijk genoemd ‘de baai van San Sebastian’ met het eiland van Santa Klara in het midden. In de zomer loopt deze baai vol met jachten van allerlei formaten. De stad is dan ook bekend om zijn relatief rijke gasten. Plaza de la Constitución is het centrale plein waar veel festivals en optredens worden gegeven. Het jaarlijkse filmfestival van San Sebastian is misschien wel de beste periode om de stad te bezoeken. Er zijn dan veel feestjes, festivals en andere bezigheden die de stad nog net iets leuker maken dan deze eigenlijk al is.

Fietsen
San Sebastián is als een van de weinige Spaanse steden ingericht voor fietsers. Fietspaden lopen door de hele stad en zijn gemarkeerd tussen twee rode lijnen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Madrid is er een fietscultuur ontstaan en gebruiken veel inwoners de fiets als vervoermiddel.

Werkelijk schitterend is de speciale fietstunnel die het westen met het oosten van de stad verbindt. San Sebastián stak 2,5 miljoen euro in dit project waarbij een oud spoortraject is omgebouwd tot – naar ze zelf zeggen – de langste fietstunnel ter wereld. Voor lokalen is het dé manier om van de ene naar de andere kant van de stad te gaan.

Meeste Michelinsterren
San Sebastián staat bekend als gastronomische hoofdstad van Spanje. Maar liefst drie restaurants hebben drie Michelinsterren (de maximale score) en daarnaast zijn er nog zes sterrenrestaurants (één of twee sterren). Hier huist ook de eerste gastronomische faculteit ter wereld, waar getalenteerde koks worden opgeleid. Chefkok Pedro Subijana, specialist in moleculair koken, is een van de grondleggers van het instituut. Zelf runt hij het beroemde restaurant Akelarre.

Wie niet terugdeinst voor een 24-gangenmenu van 185 euro, kan terecht bij restaurant Mugaritz in het plaatsje Errenteria, even buiten de stad. Wil je een onvergetelijke culinaire avond beleven? Zet dan koers naar het allerberoemdste sterrenrestaurant van San Sebstián dat wordt gerekend tot de vijftig beste restaurants ter wereld. We hebben het natuurlijk over het driesterrenrestaurant Arzak van de vermaarde chef-kok Juan Mari Arzak en zijn dochter Elena Arzak. Ondanks die drie Michelinsterren – sinds 1989 – staat het restaurant ook bekend om zijn laagdrempeligheid waar de lokale bevolking  – rijk en arm – blijft komen.

De leukste en voordeligste manier om kennis te maken met de afwisselende keuken van San Sebastián is met pintxos, de Baskische tapasvariant. In het oude stadsdeel, genaamd Parte Vieja, vind je een duizelingwekkend aantal pintxosbars waar je kunt genieten van smakelijke vismousses, inktvisjes of peperspiesjes. Een lokale favoriet is Bar Nestor, vermaard om zijn exclusieve tortilla die hier uitsluitend bij de lunch en het diner geserveerd wordt voor een klein groepje gelukkigen. In het knusse oude centrum lopen tegenwoordig heel wat toeristen rond en soms is het dringen geblazen om een bestelling te doen. Daarom kan het aardig zijn om ook buiten het oude centrum een kijkje nemen. Zoals de aangename wijk Gros aan de overkant van de rivier. Hier bevindt zich Bergara dat al veel prijzen verwierf vanwege zijn pintxos.

Basken worden gek van toeristen die de lekkernijen op de bar ‘tapas’ noemen. Dit zijn ‘pintxos’. Als Bask neem je hooguit één of twee pintxos. Meewarig kijken ze naar de toeristen die borden vol met hapjes bestellen. Het aperitief wordt tijdens een kleine kroegentocht genuttigd. Iedere bar heeft zijn eigen specialiteit. Een glaasje cider hoort erbij.

De gezellige oude stad
Tussen de Río Urumea en de baai ligt Parte Vieja. Het is een mooie en sfeervolle buurt met nauwe straatjes, aparte huisjes, barokke kerken en klassieke pleintjes. Het kloppend hart van de oude stad is Plaza de la Constitución. Huisjes met oranje en blauwe luikjes sieren dit bijzondere, omsloten plein. Let ook op de genummerde balkonnetjes, een overblijfsel uit de tijd dat het plein nog als stierenarena diende. Het centrale plein staat in verbinding met een aantal zeer gezellige, smalle straatjes met een ontelbaar aantal (tapas)bars. Sterker nog: de dichtheid aan bars en restaurants zou hier zelfs het hoogst van Spanje én de wereld zijn. Achter de oude stad ligt de heuvel Monte Urgull die ooit over de stad waakte. Een andere nabijgelegen attractie is het omstuimige Paseo Nuevo, een zeeboulevard waar de golven met veel geweld tegen aan klotsen en wandelaars niet zelden een koude douche bezorgen. De Paseo Nuevo loopt helemaal om de Monte Urgull heen en mondt uit bij de kleine binnenhaven waar sierlijke, kleurrijke panden de aandacht trekken. Onderweg loop je ook ongetwijfeld aan tegen het aquarium waar niet alleen haaien zwemmen maar ook de rijke Baskische maritieme geschiedenis uit de doeken wordt gedaan. In het elegante oude centrum vind je een aantal fijne winkeltjes zoals de vermaarde parfumwinkel Benegas.

Topstranden
Dat San Sebastián onder Spanjaarden zo’n populaire bestemming is, heeft ook veel te maken met de voortreffelijke stranden. Eén van de mooiste en elegantste stranden van Spanje is Playa de la Concha. Dit majestueuze strand in de vorm van een halve maan wordt geflankeerd door een aantrekkelijke promenade die vooral ’s zomers erg levendig is. Maar ook het westelijker gelegen buurstrand Playa de la Ondaretta dat uitkijkt op het eiland Santa Clara, mag gezien worden. Werp ondertussen ook een blik op het landinwaarts gelegen Palacio Miramar, een buitenverblijf van de Spaanse koninklijke familie. Op een paar kilometer ten oosten van Playa de la Concha ligt ook nog een derde strand: Playa de la Zurriola. Vooral surfers zijn gecharmeerd van dit strand vanwege de golven die hier eigenlijk altijd goed zijn. Het surfstrand ligt bij het niet te missen Kursaal, een plek waar veel toeristen hun verkenning van San Sebastián starten. Dit gewaagde en robuuste congresgebouw is het meest prominente voorbeeld van moderne architectuur in San Sebastián dat bovendien ook regelmatig het toneel van culturele happeningen waaronder het vermaarde filmfestival in september.

Oh wat zijn de inwoners van San Sebastián (in het Baskisch heet de stad Donostia) trots op La Concha, de schelp. Zo wordt de baai van deze fraaie badstad van Spanje genoemd. Buitenstaanders vergelijken het strand met de Copacabana van Rio de Janeiro, maar als Bask lach je daar om. San Sebastián heeft veel meer allure. Niet voor niets vierde de Spaanse koninklijke familie hier geregeld vakantie.

Klimmen tot de top
San Sebastián ligt ingeklemd tussen twee heuvels: de Monte Urgull en de Monte Igueldo. Vlak achter de oude stad Vieja ligt de Montel Urgull. De wandeling kan ingezet worden via verschillende paden die leiden langs verschilende miradores. Na een aangename klim loop je al vrij snel aan tegen Castillo de la Mota, een voormalig vestigingswerk dat voor het laatst dienst deed tijdens de oorlog met Napoleon. Nog hoger op de top van de heuvel staat een imposant Christusbeeld dat ook vanaf de zeepromenade prominent zichbaar is. Vanaf de top heb je een fantastisch uitzicht op de zee en het schildpadvormige eiland Santa Clara. Maar het panorama kan nog mooier. Ga hiervoor naar de tweede heuvel, de Monte Igueldo, te vinden ten westen van de baai. Deze wandeling is een stuk pittiger, want om er te komen moet je eerst een kilometerslange promenade aflopen, bepaald geen straf overigens. Eenmaal aangekomen bij de voet van de Monte Igueldo zijn er vervolgens twee mogelijkheden om het laatste stuk te overbruggen: met de kabelgaan of wandelend. Als het even kan, kies dan de laatste optie. Weliswaar een pittige klim maar de fraaie uitkijkpunten en de typisch Baskische berghuizen zijn niet te versmaden. Eenmaal boven aangekomen wachten een aantal fantastische panorama’s: aan de oostkant kijk je in vol ornaat uit op de halve maanvormige Concha-baai en de gehele stad, terwijl je aan de westkant uitkijkt op de woeste (surf)stranden van Zarautz.

Klimaat
Het klimaat van deze regio is duidelijk anders dan wat men van de zonnige costa’s aan de oost- en zuidkust gewend is. Onder invloed van een noordelijke zeestroming is het zeewater vrij koel in de zomer en regent het gedurende het hele jaar voor Spaanse begrippen veel. Zelfs in de zomer valt er geregeld een bui. Koud is het echte niet in de zomermaanden. Met middagtemperaturen die in het hoogseizoen zo rond de 22 tot 26 graden liggen is het aangenaam vertoeven aan de Baskische kust.

Vervoer
De snelste manier om in San Sebastian te komen is het vliegtuig pakken naar Bilbao. Hier vandaan is het een uurtje rijden. Een vliegticket mét tussenstop kost je zo’n € 150,-. Met de auto is het vanaf Utrecht 1300 km naar San Sebastian.

De stad zelf kun je het beste te voet of per fiets verkennen. Méér info over Baskenland vind je hier!

Overnachten
Met de camper hebben wij overnacht op de camperplaats bij de universiteit. In de directe omgeving van San Sebastian hebben wij geen campings gezien.
Hotels zijn er genoeg in San Sebastian, kijk eens op booking.com

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

San Sebastian culinaire hoofdstad van Europa!
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *